• Welke spelregels zijn er bij voetbal gewijzigd?

    Speel je op een heel veld (O13 en ouder), dan moet je vanaf 1 juni 2019 rekening houden met een aantal wijzingen van de spelregels. De spelregels van het pupillenvoetbal (O12 en jonger) veranderen niet.
    Het is belangrijk te weten wat verandert. Het is sowieso wel handig dat je de spelregels kent. Dus, lekker oefenen in de vakantie, dan ben je goed voorbereid als we weer officiële wedstrijden spelen in augustus.

    De 10 belangrijkste veranderingen:

    1. Wissels (regel 3: De spelers)
    Een speler die wordt gewisseld, moet het veld verlaten bij de dichtstbijzijnde doel- of zijlijn, tenzij de scheidsrechter andere aanwijzingen geeft.

    2. Straffen voor teamofficials (regel 5: De scheidsrechter)
    Trainers, assistent-trainers en verzorgers kunnen nu ook gele en rode kaarten krijgen. Bijvoorbeeld als ze de scheidsrechter uitschelden. Pas op: iedereen die in zich in het instructievak bevindt, dus ‘op de bank zit’, kan een kaart krijgen. Personen die niet op het DWF (het wedstrijdformulier) staan zijn niet welkom in het instructievak (dat was al zo). Als de overtreder niet kan worden aangewezen, dan ontvangt de coach, die op dat moment in de instructiezone als hoofdcoach optreedt, de gele of rode kaart.

    3. Blessurebehandeling (regel 5: De scheidsrechter)
    Als een strafschop wordt toegekend, dan mag de strafschopnemer worden behandeld en vervolgens op het veld blijven om de strafschop te nemen. (Wat veel spelers, trainers en verzorgers niet weten, is dat een geblesseerde speler helemaal niet op het veld mag worden verzorgd. Behalve als de dader een gele of rode kaart is getoond door de scheidsrechter. Ook een geblesseerde keeper hoeft het veld niet te verlaten. Alle andere spelers worden, zo mogelijk, buiten het veld verzorgd.)

    4. Toss (regel 8: Het begin en de hervatting van het spel)
    Het team dat de toss wint kiest welk doel het in de eerste helft verdedigt of om de aftrap te nemen. Kiest de tosswinnaar voor een doel, dan trapt het andere team de wedstrijd af.

    5. Scheidsrechter ‘scoort’ of raakt de bal (regel 9: De bal in en uit het spel)
    Als je de bal verliest doordat de scheidsrechter de bal raakt, legt de scheidsrechter met een fluitsignaal het spel stil en geeft jou de bal terug door deze op het veld te laten vallen. De bal is in het spel als die de grond raakt. Alle andere spelers (ook tegenstanders) moeten minstens 4 meter afstand houden. Een scheidsrechter kan dus ook niet meer (per ongeluk) scoren, zoals scheidsrechter Paarhuis gebeurde in de wedstrijd tussen Harkema en Hoek (zoek maar eens op Youtube). In dat geval krijgt de keeper de bal terug van de scheidsrechter.

    6. Scorende doelverdediger (regel: 10 De uitslag van een wedstrijd bepalen)
    Een doelverdediger kan niet scoren door de bal in het doel van de tegenpartij te gooien. Dat kon eerst wel. Wist je dat?

    7. Hands (regel 12 Overtredingen en onbehoorlijk gedrag)
    Hands of niet? Er is altijd veel discussie over. Ga ervan uit, dat het opzettelijk raken of spelen van de bal met de hand of arm niet mag en wordt bestraft met een directe vrije trap, of een strafschop als de overtreding in het strafschopgebied wordt gemaakt. De toevoeging ‘opzettelijk’ is nu aangescherpt. Ook ‘niet opzettelijk’ hands kan als een overtreding worden gezien en dus worden bestraft. In de veranderde regel volgen we een aantal uitgangspunten. Als je deze kent, weet je wat strafbaar hands is en wat niet. De uitgangspunten zijn:

    • het voetbal accepteert niet dat een doelpunt wordt gescoord met hand of arm. Zelfs als dit zonder opzet gebeurt;
    • het voetbal verwacht, dat een speler wordt bestraft wegens hands als ze balbezit of controle over de bal krijgen vanaf hun hand of arm en daardoor veel voordeel krijgen door bijvoorbeeld te scoren of een scoringskans te creëren;
    • het is natuurlijk dat een speler zijn hand of arm tussen het lichaam en de grond houdt bij een val;
    • de hand of arm boven het hoofd hebben is slechts zelden een ‘natuurlijke’ houding en een speler neemt een risico als hij zijn hand of arm in een dergelijke positie houdt, ook tijdens een sliding;
    • als een bal van dichtbij van het lichaam van de speler of van een andere speler (van beide teams) komt, tegen de hand of arm, is het vaak onmogelijk om contact met de bal te voorkomen.

      Scheidsrechters mogen nog veel dieper in de regels over hands ‘duiken’, want er is veel meer over geschreven. Lees daarvoor spelregel 12, Overtredingen en onbehoorlijk gedrag, in het spelregelboek van de KNVB (via www.knvb.nl/assist/)

    8. Muurtje (regel 13 De vrije schoppen)
    Een aanvaller mag niet meer in het muurtje staan. Als een ploeg bij het verdedigen van een vrije trap een muurtje opstelt van drie spelers of meer, moeten de spelers van de aanvallende ploeg minimaal een meter afstand van het muurtje houden. Doen ze dat niet, krijgen ze een indirecte vrije schop tegen.

    9. Strafschop (regel 14 De strafschop)
    De doelverdediger moet ten minste een deel van één voet op de doellijn hebben bij het nemen van een strafschop. Hij mag niet achter de lijn staan. De doelverdediger mag over de lijn bewegen, maar hij/zij mag de doelpalen, doellat en netten niet aanraken en ze mogen niet bewegen als een strafschop wordt genomen.

    10. Doelschop (regel 16 De doelschop)
    Spelers mogen voortaan een doelschop aannemen in het strafschopgebied. De bal is in het spel, als deze is getrapt en duidelijk beweegt. Tegenstanders moeten buiten het strafschopgebied blijven totdat de bal in het spel is. Ook bij een vrije schop in het eigen strafschopgebied, mag je voortaan de bal aannemen in het strafschopgebied. De tegenstander moet buiten het strafschopgebied en minstens op 9,15 meter wachten tot de bal in het spel is.

rfwbs-slide